Van initiefnemer naar ondersteuner

bewoners aan het roer2

Veel beweeginitiatieven starten vol energie, maar blijken lastig vol te houden. Soms valt ondersteuning weg, stopt de kartrekker of is er niemand die het stokje overneemt. Hierdoor verdwijnen waardevolle groepen terwijl er juist behoefte is aan continuïteit. Als je wilt dat een beweeggroep echt blijft bestaan, is het belangrijk om te kijken hoe bewoners stap voor stap meer eigenaarschap kunnen krijgen. In dit blog lees je hoe je dat doet en welke vier fasen daarbij een rol spelen.

Grote kans dat als je een beweeggroep wilt beginnen of al bent begonnen, dat je dat doet omdat je energie haalt uit het met en voor mensen werken. Misschien doe je dat omdat je sociaal betrokken wilt zijn. Of zet je je er voor in dat mensen naar elkaar omzien, betekenisvolle ontmoetingen hebben. En gun je iedereen een gezond en vitaal leven.

Theoloog en ethicus Samuel Wells heeft een vierdelig schema beschreven om verschillende manieren van sociale betrokkenheid te beschrijven:

  1. Handelen of werken voor of aan mensen – Dit is de klassieke filantropie of hulpverlening: wij lossen hun problemen op. · Hij stelt dat dit model dominant is, maar soms problematisch omdat het mensen ziet als “objecten van hulp”.
  2. Aanwezig zijn voor mensen – het idee dat je hun belangen behartigt, opkomt voor hen, hun stem bent. Dit model brengt meer nabijheid, maar blijft toch nog sterk gericht op functie of representatie.
  3. Samenwerken met mensen – dit gaat over manieren van partnerschap, betrokken zijn bij processen, co-creatie. Dit is beter dan alleen aanwezig zijn voor mensen, omdat het mensen zelf inschakelt.
  4. Aanwezig zijn met mensen – dit gaar over radicale nabijheid, de gedeelde weg, het samen leven, het delen van hoop, angst en verdriet. Niet primair om iets te fixen, maar om te delen in het bestaan. Wells noemt dit de kern van sociale betrokkenheid: “the goal of all our social engagement must surely be being with.”

Als professional is bij de mensen zijn soms lastig, omdat je je professioneel te verhouden hebt tot degene waarvoor of waarmee je werkt. Toch zien we dat veel sociale betrokkenheid ontstaat, als je deze vorm van presentie laat zien. Het is een nabijheid en betrokkenheid die mensen erg waarderen, en die verder gaat dan je professionele kennis en expertise. Het is een houding die je aanneemt.

Als je betrokken wilt zijn in een buurt of wijk, dan helpt het om te zien waar bewoners de kracht hebben om zelf die verandering zelf te realiseren én waar die kracht nog kan worden vergroot. Dit start met nabijheid en de tijd nemen om de wijk of het dorp te leren kennen. De sleutelpersonen te ontdekken en die te verbinden aan de ideeën die er zijn om te gaan bewegen.

Wanneer het uitgangspunt is om bewoners zelf aan het roer te zetten, kan je de volgende stappen doorlopen. We delen daarbij de eigenaarschap van bewoners op in vier fasen. Elke fase gaat een stapje verder in het eigenaarschap van de groep te vergroten.

  1. Bewoners als ontvangers (AAN): Doe je iets ‘aan’ de mensen, dan is er geen inbreng van de wijk of de groep. Bewoners ontvangen diensten of informatie.
  2. Bewoners als informatieverstrekkers (VOOR): Doe je iets voor de mensen, dan bepalen professionals de oplossingen. Bewoners nemen deel via focusgroepen, enquêtes of consultaties.
  3. Bewoners als adviseurs (MET): Doe je iets samen met de groep, dan kan er co-creatie ontstaan. Bewoners doen mee aan doelbepaling, planning en uitvoering. Ze kunnen deelnemen aan een bestuur, adviesgroep of optreden als belangenbehartiger.
  4. Zelf aan het roer (DOOR): Laat je het door de groep bepalen én zelf uitvoeren; dan zijn de bewoners in de lead en kan de professional ondersteunen waar nodig. Bewoners bepalen de doelen, plannen en uitvoering.

De laatste twee – MET en DOOR – zijn de sleutel tot duurzame verandering en eigenaarschap van een idee. Dit wil overigens niet zeggen dat er nooit iets AAN of VOOR de mensen gedaan zou moeten worden.

Wanneer je een open hart operatie moet ondergaan gaat de chirurg niet aan de patiënt overlaten hoe er geopereerd moet worden. In sommige gevallen is er wel degelijk expertise nodig, die AAN of VOOR de mensen gedaan moet worden.

image
image

Elke fase staat voor een ander niveau van eigenaarschap. De pijlen op het plaatje gaan bewust van rechts naar links. Een initiatief begint vaak vanuit het idee iets voor of met de mensen te doen. En vaak stop het daar. Maar wanneer je uitgangspunt is dat het uiteindelijk door de groep zelf geleid kan worden, moet je dit aan het begin van het initiatief al duidelijk maken. Allereerst voor jezelf als initiatiefnemer: het draait niet om jou. Maar ook voor de groep: dat het niet volledig van een professional hoeft af te hangen en dat ze in staat zijn om de groep zelf op termijn te gaan vormgeven.

Het doel van ABCD is dat bewoners bewegen van ontvangers naar degenen die de regie hebben over het initiatief. Het vraagt een verschuiving van rollen: van regisseur naar verbinder. Van ontvangers, naar gevers. Van controle houden, naar ruimte geven.

Je kan de onderstaande vragen gebruiken om het gesprek te voeren en om de stap te maken van een beweeggroep geleid door de professional, naar het overdragen van eigenaarschap naar de groep zelf.

  • Op welke van de vier manieren ben jij betrokken met het initiatief?
  • Hoe zou het initiatief eruit kunnen zien als je aanwezigheid met mensen vorm zou gaan geven?
  • Hoe zou je bewoners aan het roer kunnen zetten in jouw initiatief?

De stappen die je doorloopt als initiatiefnemer

Om een beweeggroep of -initiatief op te zetten en duurzaam te borgen is het goed om vier ontwikkelfasen te doorlopen. Ieder persoon in de groep die een bijdrage wil leveren om de groep te dienen met zijn/haar gaven of talenten kan leren van de initiatiefnemer en van elkaar.

Paul Hersey en Ken Blanchard ontwikkelden hun situationeel leiderschapsmodel eind jaren 1960 en het is nog steeds actueel. Daarbij is er niet één beste leiderschapsstijl. Een effectieve initiatiefnemer past zijn stijl aan aan de situatie — vooral aan de ontwikkelingsfase (of volwassenheid) van de groep.

In hun kijk op situationeel leidinggeven ontwikkelden zij het vier fasen model, waarbij elke fase een andere aansturing of begeleiding vraagt.

Aan de hand van deze ontwikkelfasen worden bewoners, groepen en wijken steeds meer in staat zelf de regie te nemen over gezonde buurten en sporten en bewegen. . Het mooie van deze fase is, dat het kan worden toegepast op een eenvoudige taak (bijvoorbeeld het klaarzetten van materiaal) tot de volledige verantwoordelijkheid over de beweeggroep.

Het is eigenlijk net als leren autorijden, de instructeur gaf je steeds meer verantwoordelijkheid en uiteindelijk kon je zelfstandig een auto besturen!

Fase 1 Sturen “Ik doe, jij kijkt”

De trainer of initiatiefnemer is degene met kennis en vaardigheden voor het opstarten of begeleiden van de community. Degene die het over wil gaan nemen, of verantwoordelijkheden gaat krijgen, kan kijken hoe de trainer of initiatiefnemer het doet.

Fase 2 Begeleiden: “Ik doe , jij helpt”

De trainer of initiatiefnemer is degene met kennis en vaardigheden voor het opstarten of begeleiden van de community. Degene die het over wil gaan nemen, of verantwoordelijkheden gaat krijgen, helpt de trainer of initiatiefnemer. Bijvoorbeeld door het helpen klaarzetten van het materiaal, of door de warming-up te begeleiden

Fase 3 Coachen “Jij doet, ik help”

Een belangrijke overgang heeft plaatsgevonden, de trainer of initiatiefnemer gaat de nieuwe persoon helpen. De nieuwe persoon is degene die het gaat doen, maar mist nog veel vertrouwen om het initiatief verder te brengen. De trainer is en blijft betrokken om steun te bieden, te begeleiden. Maar zal voortdurend terugkomen op het feit dat hij nu de helper is, en de initiatiefnemer in charge.

Fase 4 Delegeren:  Jij doet, ik kijk”

In deze fase neemt de oorspronkelijke initiatiefnemer steeds meer stapjes terug. De vaardigheden voor het begeleiden van de groep zijn aanwezig. De oorspronkelijke initiatiefnemer heeft het niet over de schutting gegooid, maar blijft betrokken in deze fase. Maar moet oppassen niet te snel het geheel weer naar zichzelf toe te trekken.

Deze fasen zijn als het ware een ladder afdalen om steeds meer de verantwoordelijkheid bij de bewoners en de groep zelf te laten.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *